gietproces
bronsgieten gietproces
Verloren was methode
Het bronsgieten is gedurende 5000 jaar in essentie onveranderd gebleven. De meest precieze bronsgiettechniek is die van de “verloren was” methode (cire perdue). Hierbij blijven alle delicate details bewaard. Ondanks dat modernere methoden en materialen deze techniek hebben verbeterd, is het toch nog steeds een buitengewoon arbeidsintensief en duur werkproces.

Start van het proces
Het gewicht van een wasmodel is bepalend voor de hoeveelheid te gieten brons. De verhouding is 1 : 11. 1 Kilo wasmodel heeft 11 kilo brons nodig. Ook wordt er een schatting van het gewicht van de gietkanalen gemaakt. Een te gieten mal mag natuurlijk nooit meer nodig hebben dan de inhoud van de gietkroes. Je kunt niet even stoppen met gieten en daarna weer verder gaan. Grote beelden worden altijd in losse onderdelen gegoten die later weer als een puzzel in elkaar worden gelast. De andere reden is dat de meeste uitstookovens relatief klein zijn.
Voorbereidingen
Aan het wasmodel wordt een groot gietkanaal in de vorm van een trechter gezet; dit is het grote kanaal waar het hete brons wordt ingegoten. Het wasmodel wordt ook nog voorzien van een kanalen systeem van holle waspijpen (gietkanalen) en kleinere waspijpjes (ontluchtingskanalen). De gietkanalen dienen ervoor om het brons tijdens het gieten zo snel mogelijk naar alle plekken van het wassen beeld te laten vloeien, in ieder geval voordat het brons gaat afkoelen. De ontluchtingskanalen zijn er primair om het brons te laten opstijgen naar de oppervlakte van de gietmal terwijl de lucht er voor uitgestuwd wordt. Het beeld wordt aan de buitenkant ingevormd in een mengsel van gips en gravel. Dit mengsel van gips en gravel is vuurvast. Er wordt een mooi pakket om het wassen beeld gemaakt. De gravelvorm waar het wasmodel in opgesloten zit, wordt in uitstookoven geplaatst met het gietkanaal naar beneden. De mallen worden eerst drooggestookt en de gesmolten was verdwijnt (verbrand, zeg maar), vandaar de naam “verloren was methode”. Nu blijft er een holle afdruk over in de gietmal waar eerst de was heeft gezeten. Het droogproces duurt ongeveer 2 dagen. De nog handgestookte mallen worden in metalen bekistingen geplaatst en opgevuld met een speciaal zand (verpulverde stookmassa) en goed aangestampt. De bekisting dient om tijdens het gieten de enorme druk op te vangen.

Het gieten kan beginnen
Brons dat bestaat uit een legering van meest koper, met wat zink, tin en lood, wordt gesmolten tot een temperatuur van circa 1200 graden. Het duurt ongeveer 3 uur om bij de eerste gietronde het brons te smelten. Bij de volgende rondes duurt het nog maar een uur omdat de gietkroes dan al heet is. Vlak voor het gieten wordt de bovenste laag van het gesmolten brons afgeschept. Deze laag bestaat uit gietslakken (vervuiling). Het is afkomstig van vuil wat zich op de buitenkant van het te smelten brons heeft afgezet. De gietslakken zorgen er tevens voor dat het tin, wat een lager smeltpunt heeft dan brons niet vroegtijdig kan verdampen. Wanneer de smeltkoes uit het vuur wordt gehaald koelt het brons al snel af naar 1000 graden Celsius. Er moet gegoten worden op een temperatuur tussen 1000 en 850 graden Celsius. Als het vloeibare brons verder zou afkoelen dan wordt het risico dat de mal niet goed volloopt te groot. De beelden worden nu gegoten.
Nadat de beelden zijn gegoten
Na het afkoelen van de mallen worden de bekistingen weggehaald. Het zand wordt weggeschept en gravel-mal wordt verwijderd door middel van hakken, kloppen. Het beeld wordt schoongemaakt en afgespoten met de hoge drukspuit en met staalborstels schoongepoetst.De giet- en luchtkanalen worden afgeslepen. Alle andere oneffenheden worden door middel van slijpen, schuren en polijsten weggewerkt. Iedereen die denkt dat dit zo gebeurd is komt bedrogen uit. Het zogenaamde siliceren is een arbeidsintensief, ambachtelijk en langdurig karwei. Grote beelden die in delen zijn gegoten worden gelast. Deze methode van elektrisch lassen is een erg kostbare en precieze methode.
Het patineren
Vervolgens wordt er patina (kleurstof) op het beeld aangebracht. Vroeger werden de beelden in de grond begraven of in de zee gestopt om een meer natuurlijk patin te krijgen. De meest gebruikelijke patins worden verkregen door toepassing van chemische middelen. Het nu kant en klare beeld wordt, als het na het patineren nog warm is licht ingesmeerd met bijenwas, dat dient om het beeld te beschermen tegen verdere oxidatie.